zondag 3 maart 2013

Begin van een verhaal?





Ze wist het niet, maar elke avond stond hij in de tuin onder haar raam. In de hoop een glimp van haar te kunnen zien. Hij wilde niet dat zij hem zag, want dan zou de magie verbroken kunnen worden.
Ze zou naar hem toe komen en dan moest hij dingen bekennen waarvan hij niet eens zelf zeker was.
Hij vond haar mooi, hemels mooi, maar hoe kon hij haar dat uitleggen zonder dat zij wist hoe hij dat wist?

De eerste keer dat hij haar zag stond zijn wereld stil: op een receptie bij zijn ouders. En even later de tweede keer, opnieuw wist hij niet meer: ze liep gewoon voorbij in een fleurige zomerjurk, haar korte haren weerbarstig tegen de lichte zomerbries in. Ze was verdiept in haar gedachten en hij, wat wilde hij graag weten wat ze dacht. Ze droeg een map met aantekeningen: zou ze een boek schrijven? En waar zou dat boek dan wel over gaan? Zou er een plaatsje zijn voor hem in dat verhaal?
Toen hij op een dag op een terras zat, had hij eerst niet eens in de gaten dat ze enkele tafels verder van hem zat. Wéér driftig met haar aantekeningen bezig. Als ze opkeek, draaide hij snel weg. Wat moest ze wel niet van hem denken, een wildvreemde die haar zo zat te begluren? Hij probeerde haar in te schatten: zijn leeftijd of iets jonger, ogen die de sporen van veel verdriet in zich droegen, kuiltjes in haar wangen die toch wezen op vrolijke momenten... Ach, had hij nu maar het lef haar aan te spreken!

Ze woonde bij haar papa in een ruime villa met grote ramen. Omdat ze zich niet bewust was van zijn verborgen aanwezigheid, liet ze ramen en gordijnen wijd open staan. Hij zag hoe ze vermoeid opkeek van haar notities en door de kamers slenterde. Een zacht muziekje murmelde op de achtergrond: iets klassiek, maar hij kon het niet direct thuisbrengen. Hij hoorde hoe de kranen van het bad werden opengedraaid en hij wist dat hij weer getuige zou zijn van een vast ritueel: hoe ze zich langzaam uitkleedde en haar lichaam bestudeerde voor de grote spiegel. Haar handen die de randen onder haar vermoeide ogen betastten, langs haar nek over haar schouders gleden. Hoe ze even haar borsten masseerde en haar vingertoppen op haar tepels liet rusten. Haar buik, haar dijen.... Hoe ze zich langzaam in het warme water liet zakken en genoot van de intense geur van de badolie. Hij wist dat ze ruim haar tijd zou nemen en dat hij intussen kon dromen hoe heerlijk het zou zijn als hij nu aan de rand van het bad kon zitten en met haar praten, wachten tot ze uit het water zou komen en haar zachtjes en bedeesd zou afdrogen. Zou hij kunnen weerstaan aan  zoveel schoonheid? Of zou hij over zijn woorden struikelen en beschaamd wegvluchten?

Zou ze hem eigenlijk al ooit opgemerkt hebben? Geen teken van herkenning, geen blik, geen woord, niets wees er op dat hij meer dan lucht voor haar was. Een van de zovele anonieme mensen die het straatbeeld bevolken zonder dat je het goed en wel beseft. En hij, hij had ook nooit de moed gehad om uit die anonieme massa te voorschijn te komen.

Op een avond liep hij doelloos door de straten. Voor hij het goed en wel besefte stond hij weer in haar tuin. Het was echt onbewust, hij had dit helemaal niet in gedachten gehad.
Vreemd: er was geen licht in het huis. Ze had er nochtans moeten zijn, want hij kende haar gewoonten. Zou er iets met haar gebeurd zijn? Zou ze voorgoed verdwenen zijn alvorens hij de kans gehad had om haar aan te spreken, gewoon haar naam te vragen. Hij voelde zich er niet goed bij: verward, teleurgesteld, bang. Hij zag zijn droom in rook opgaan.
En dan plots een hand op zijn schouder: 'Ik ben Robin, ik denk dat je op mij wacht'...........