vrijdag 22 april 2011

Afhankelijkheid

Op enkele uitzonderingen na is de mens geen eenzaat. Door de eeuwen heen hebben de exemplaren van 'Homo' in al zijn varianten altijd mekaars gezelschap opgezocht: om te jagen, om de liefde te bedrijven (anders zouden wij hier niet zitten), om oorlog te voeren (anders zouden we hier met veel te veel zitten?), enz.
De mens leerde praten, ontwikkelde zijn oergeluiden tot een volwaardige taal, om beter met mekaar in contact te kunnen komen.

En de mens werd slimmer: hij ontwikkelde allerlei hulpmiddelen om gemakkelijker met mekaar in contact te komen: eerst waren er de koeriers en de postduiven, daarna kwamen de telefoon en nog veel later het internet. De mens ontdekte ook dat er méér was dan de eigen leefgemeenschap. Hij verkende de wereld en verlegde stelselmatig zijn grenzen. Hij werd een wetenschappelijk genie, die steeds meer geheimen van de natuur op aarde en daarbuiten kon verklaren.

De sleutel tot al deze spectaculaire vooruitgang is altijd dezelfde gebleven: communicatie. De mens wisselde van gedachten met gelijkgestelden, discussieerde met de anderen om hen te overtuigen van zijn gelijk en die wisselwerking leidde tot steeds meer vooruitgang. Bedenk dat, als je nu naar je computer zit te staren om deze woorden te lezen, je eigenlijk àl je voorouders dankbaar moet zijn.

Maar er is toch een schaduwzijde: terwijl de mensen vroeger bij mekaar gingen zitten om nieuws te vergaren en kennis over te dragen, blijft hij nu voor zijn computer zitten. Het resultaat mag dan wel hetzelfde zijn, op menselijk vlak is er een grote schat verloren gegaan: menselijk contact. De wereld wordt steeds meer een verzameling van één-persoonseilandjes...